Utrecht is Harderwijk niet
Een snelle rondvraag bij verschillende entertainers, acteurs en presentatoren leert dat niet alleen het aanbod maar ook de reacties van het publiek per regio nogal uiteen lopen. ‘In
Enschede staat iedereen al te dansen na een bak koffie en een stuk taart maar om half twaalf kakt het helemaal in.’ zegt Marcel, zanger in een professionele coverband. ‘In
Brabant worden ze pas een kwartier voor het eind van de show enthousiast en in Limburg lijkt het wel alsof het voltallige publiek de hele avond gezamenlijk een imitatie van Jerney Kaagman opvoert.’ aldus Marcel. Op de vraag of het laatste aan zijn plat Haagse accent kan liggen antwoordt hij: ‘Ja, het is inderdaad zo dat mensen uit de provincie nog terughoudender zijn dan normaal wanneer ze horen dat je uit de Randstad komt. Net alsof ze je het succes niet gunnen.’ Andersom vindt Ellen, actrice uit
Hoenderloo, westerlingen vaak neerbuigend en arrogant. ‘We hadden laatst een bedrijf uit
Amsterdam waarvoor we een moorddiner opvoerden. Wat waren die lui vervelend zeg! Hun idee van een avond amusement was het afzeiken van de artiesten in plaats van te genieten van de voorstelling. En ditzelfde hadden we al eerder met een groep uit
Utrecht meegemaakt. Dat kan toeval zijn natuurlijk, maar in al die jaren dat wij moorddiners doen hebben we een dergelijke reactie van een publiek uit bijvoorbeeld
Groningen of
Harderwijk nog nooit gehad.’ Ook kleinkunstenaar Oscar uit
Zutphen heeft soortgelijke ervaringen met publiek uit het westen. ‘We zijn allemaal Nederlanders maar qua mentaliteit bestaan er enorme verschillen per streek of deel van het land. Het is misschien een cliché maar Brabanders zijn echt veel gemoedelijker dan bijvoorbeeld Amsterdammers. Als mensen uit
Eindhoven je show niet leuk vinden, zullen ze dat misschien wel laten merken maar altijd op een gemoedelijke manier. Mensen uit Amsterdam of Utrecht maken je af als een stel hyena’s. Hoewel ik moet zeggen dat Zeeuwen ook niet mals zijn. Laatst had in
Middelburg na afloop van mijn show iemand in een onbewaakt moment mijn draaiorgeltje ondergezeken. Zoiets zou me in
Zaandam of zo nooit overkomen.’
Veel voor weinig of bijna niks voor veels te duur
Maar ook de verhoudingen tussen prijs, kwaliteit en hoeveelheid kunnen per regio behoorlijk verschillen. Des te dichter bij de Duitse grens, des te meer vlees, patat en drank krijgt men voor zijn Euro’s. Ook in Brabant worden relatief lange avonden of shows en veel calorieën voor weinig geld geboden. Daarbij vergeleken zijn in de grote steden de prijzen hoog en de porties klein. Amsterdam in het bijzonder lijkt een economie op zich te zijn. De toeristen komen toch wel en betalen zonder morren de meest belachelijke prijzen. Daardoor zijn de kosten het horeca component in Amsterdam buitensporig hoog in vergelijking met bijvoorbeeld
Breda of Enschede. Een Drent vindt €50 voor een compleet verzorgde avond behoorlijk aan de prijs terwijl in de Rotterdam of Amsterdam vaak grif het dubbele neergeteld wordt voor arrangementen die echt niet veel uitgebreider of beter zijn. Maar ja, het is wel Amsterdam hé?
Rotterdamse boeren
Kunnen we hieruit concluderen dat het type bedrijfsuitjes dat populair is in een bepaalde regio representatief is voor de mentaliteit van de mensen daar? Of is het andersom? Volgens zanger Marcel zijn er altijd uitzonderingen. ‘We hebben het ook vaak zat meegemaakt dat een publiek uit Utrecht de hele avond met een uitgescheten smoelwerk op hun stoel bleef hangen. Terwijl bij wijze van spreken de volgende avond bij een optreden in Otterlo een hele meute gereformeerden uit hun pan gingen op Relight My Fire. Maar dat zijn uitzonderingen. Over het algemeen kloppen de vooroordelen toch wel ben ik bang.’ Actrice Ellen uit Hoenderloo onderschrijft die mening. ‘Tuurlijk bestaan er ook heel lieve Rotterdammers en vreselijk bijdehante boeren. Toch speel ik liever in Zwolle of Groningen dan in bijvoorbeeld Amsterdam. Misschien omdat ikzelf ook een boerinnetje ben.’ Keiharde cijfers over verschillen in het aanbod en de beleving van een
bedrijfsuitje zijn niet voorhanden. Kennelijk is dit gegeven niet interessant genoeg voor de branche om te onderzoeken. Maar één ding is zeker: ‘Wat de boer niet kent, kan best goed smaken.’